's Morgens hebben we op een groot open veld vlak bij het dorp
Chimney Corner ontbeten met uitzicht op een vissersboot. Er werd op kreeften gevist met grote vallen,
vierkante kratten van gaas met ronde gaten waar een kreeft wel naar binnen kan, maar onmogelijk weer uit kan
komen. Een serie vallen werd stuk voor stuk gecontroleerd. Er kwamen veel vogels op de vissersboot af.
Bij Chéticamp zijn we Cape Breton Highlands National park binnen gekomen. Grote stukken van het Cabot
Trail liggen in het park, een aantal kleine dorpjes liggen er net buiten. In het visitors center hebben we voor
enkele dagen toegangspassen geregeld en we kregen er advies over welke hiking trails de moeite waard zijn.
"Le Buttreau" is een korte route langs een oude nedezetting waar vroeger enkele families geleefd hebben.
Het skyline trail loopt naar een uitzichtpunt aan de kust. Op het eerste stuk van de trial hebben we een
Maritime gartersnake gezien.
Dit trail was ons speciaal aanbevolen omdat er door veel mensen elanden gezien
worden en bij het uitzichtpunt zagen we ook een eland met een jong. Later, op de terugroute, zijn we nog een
paar elanden tegen gekomen.
"Bog" is een kort trail langs een stuk moeras. Op verschillende
plaatsen stonden borden met informatie over de planten en insekten die in dit gebied voorkomen. De kale bomen
gaven mooie spiegelingen in het gladde water. Hier en daar lag nog een beetje sneeuw.
Vanuit Pleasant Bay zijn we een stuk richting Red River gereden. Daarna hebben we
het Cabot Trail weer gevolgd tot aan het MacIntosh Brook trail. Na een wandeling over bospaadjes kwamen we bij
de waterval. Daarna zijn we even gestopt bij de Beulach Ban Falls.
Nadat we in Cape North hadden ingechecked in een Bed and Breakfast zijn we doorgereden naar de noord-kant van
Cape Breton. Het meest noordelijk gelegen stadje heet Meat Cove, een klein dorp met een picknickplaats en camping.
Alles was er nog gesloten, het zomerseizoen moet nog beginnen.